Voor Jan

Jan Kamer (90) kwam als een van de allereerste bewoners naar de Hilversumse Meent. En hij heeft het na ruim vijftig jaar nog steeds prima naar zijn zin op zijn stek aan de Biezemeent. We spreken hem over toen en nu.

Al 50 jaar op 1 plek... Bent u een geboren en getogen Hilversummer?

“Geboren wel, maar niet getogen. Ik ben wel een keertje of twintig verhuisd in mijn jeugd. Eerst een paar keer binnen Hilversum, toen naar Kaatsheuvel, Tilburg, Valkenswaard, Utrecht en ook nog naar Zeist. Dus toen ik hier kwam, dacht ik ‘Ik ga mooi niet meer weg!”

Hoe zag het er hier 50 jaar geleden uit?

“Nou, alles was hier nog in aanbouw. Om aan te geven waar de tuinen waren, stonden er wat paaltjes. Verder was er eigenlijk helemaal niks. De kinderen moesten elke dag met een bus naar school in Hilversum. Nu is het hier prachtig groen, maar toen was het één grote vlakte, alleen maar weiland. De boel was afgezet met een hek met een groot bord erop, ‘Hilversumse Meent in aanbouw’. Een eind verderop woonden de bewakers van Maurik, die moesten een oogje in het zeil houden. Ook liep er een tijdlang een kraan op rails zo dwars door de tuinen heen. Die was nodig voor de bouw.”

Wonen er nog meer eerste bewoners?

“Er woont er verderop nog eentje en hierachter ook nog een paar. Maar weet je, heel veel kinderen die hier zijn opgegroeid, die komen hier weer terug met hun eigen gezin, omdat ze het zo fijn vonden. Dat is echt leuk.”

Die van uzelf ook?

“Nee, die zijn elders terecht gekomen. Mijn zoon Marcel woont in Hilversum Zuid, mijn dochter zit in Amersfoort en dan heb ik nog een zoon in Spanje. Die heeft het warme weer opgezocht. Maar we bellen elke avond even hoor. Dat is heel gezellig.”

Vroeger was het dus een echt kinderparadijs?

“Jazeker. Er waren maar liefst drie basisscholen hier. Destijds stonden er heel veel noodlokalen, wel achttien of twintig. Het was een kinderrijke buurt. Elke dag was het voetballen en verstoppertje spelen. Er groeide op de bouwplaats een heleboel onkruid, waar de jongens hele doolhoven in maakten. Echt prachtig om te zien.”

Zoon Marcel vult aan: “Voetballen was het natuurlijk het allerleukste, maar we klommen ook graag op het dak van de school om te kijken of we papieren pijltjes naar binnen konden schieten bij iemand. Er heeft hier vast nog weleens een buurvrouw aan de deur gestaan... En vergeet de kerstboomverbranding niet! We sleepten aan het eind van elk jaar de kerstbomen vanuit de hele wijk naar de speeltuin om ze daar in de fik te steken. Fantastisch, de avonturen die we hebben beleefd. Dat kon en mocht toen allemaal nog!”

U heeft dus niet alleen de wijk, maar ook de bewoners zien groeien!

“Ja, nou je het zegt. Het is inderdaad een heel leven, wat hier zich heeft afgespeeld. Ik ben nog een tijd lid geweest van de wijkraad om allerlei leuke dingen te organiseren voor de buurt. Fietstochten, eieren zoeken met Pasen, de Sinterklaas intocht. Mooie dingen waren dat.

Ik ben altijd automonteur geweest en later fietsenmaker. Ik heb het altijd leuk gevonden om dingen te maken. Na mijn pensioen heb ik in de buurt veel geholpen met fietsen maken en in het buurthuis hielp ik andere mensen met allerlei reparaties.

Ook in huis heb ik heel wat gebouwd en verbouwd. Een slaapkamer op zolder, een stapelbed voor de jongens... En ik heb een halletje met een tussendeur gemaakt, want vroeger was dat harstikke koud hè. Nu niet meer hoor. Alles is goed geïsoleerd en we zijn van het gas af. Dat heeft even geduurd, maar het is heerlijk hoor. Ik zit er warmpjes bij en dat terwijl ik de kachel nog niet eens aan heb gehad!”

Huurt u dit huis al vanaf het eerste begin van G&O?

“Jazeker! Ik heb de reçuutjes nog van de eerste betaling van de eerste huur. Wacht maar, dan pak ik het even voor je. Toevallig heb ik die nog niet opgeruimd. Heb je mazzel!”